De hoelahoep
Het was in de jaren vijftig van de vorige eeuw. We gingen nog naar de lagere school (zo heette dat toen nog). In de pauzes en ook na schooltijd speelden we. We gingen knikkeren, hinkelen en touwtjespringen (dat laatste meestal alleen de meisjes). We (meestal alleen de jongens) voetbalden wat op de weg en als we op een afstand van een halve of hele kilometer een auto aan zagen komen, wat toentertijd nog vrij bijzonder was, gingen we al lang voordat de auto er was, aan de kant. Het was in de jaren vijftig, de opkomst van Elvis Presley, hij wiegde nogal met zijn heupen en sommigen spraken daar schande van, anderen vonden het geweldig. En toen was hij daar ineens: de hoelahoep. Het werd een geweldige rage. Je ging in een hoepel staan, deed hem omhoog ter hoogte van je middel, gaf hem een zwieper en draaide met je buikgordel zodat hij op de plaats bleef en ronddraaide. Je probeerde zolang mogelijk de hoelahoep draaiende te houden. De hoelahoep was gemaakt van pvc-buis. Het verhaal ging de ronde dat het niet goed was dat je "hoelahoepte" en dat het gevaarlijk was. Wat de reden hiervan was weet ik niet meer, misschien is het ons ook wel niet verteld of was er geen reden. Ik herinner me dat de rage langzaam wegebde en plaats maakte voor weer wat anders. Waarom dit verhaal zult u zich afvragen.Wat heeft dit met het hardlopen te maken?
In het tijdschrift van afgelopen november van Runner's World las ik een artikel over "Hoepelen", jawel over de hoelahoep. Het schijnt dat er na de rage in de eind vijftiger jaren nogmaals een opleving van de hoelahoep is geweest. Ik weet dat niet meer, ik heb dat kennelijk gemist. In genoemd artikel wordt gesteld dat hoepelen een fysiek en mentaal effect heeft. Om diverse redenen is het ook goed voor de voetspieren, voor de knieën, de heupen, de buikspieren en de benen. Daarenboven verbruik je nogal wat calorieën. Het zijn zonder meer allemaal zaken die voor de hardloper van groot belang zijn. Door te "hoelahoepen" kunnen de prestaties verbeteren!
"Hoelahoepen" doet men, voor zover mij bekend is, buiten haast niet meer. De sportschool zal daarvoor wel de aangewezen plaats zijn. Dat het gevaarlijk en ongezond is, zoals men eind vijftiger jaren zei, wordt door de inhoud van dit artikel wel naar het land van de fabeltjes verwezen. "Hoelahoepen" was toentertijd iets wat totaal nieuw was en tegen de meeste dingen die nieuw waren keek men argwanend aan. Dat het "hoelahoepen" goed is voor de sporter en dus ook voor de hardloper, staat volgens dit artikel echter wel buiten kijf.
